Jaap en Antje fietsten in de Yukon en Alaska met hun Cabonga Rohloff trekkingfietsen

 
Dawson, Yukon, 30 juli, 2007
Beste iedereen,
Niet ver van de poolcirkel, bovenop de permafrost zijn de weersomstandigheden te vergelijken met die in New Mexico: brandende zon en warme föhn. Dawson City, beroemd van de Klondike Goldrush in 1898, is een speciale plek, einde-van-de-wereld-gevoel. Na 2 dagen rust alhier gaat het richting Alaska.
Laatste bericht was uit Prince George, saaiste stad van Canada. Vandaar zijn we naar Prince Rupert aan de kust gefietst, 750km. Hierbij hadden we wat leuke afkortingen over onverharde wegen bedacht.

De eerste afkorting eindigde  abrupt toen we bij elke pauze en ' s avonds opgevreten werden door aggressieve black-flies, die zich zelfs onder het muskietennet door wisten te werken en een bloederig slagveld in onze nekken aanrichten. Zoiets had ik nog niet eerder meegemaakt. We wisten niet hoe snel we weer naar de asfaltweg en bewoonde wereld moesten komen. Antjes verjaardag in een mug&bug-free Motel gevierd, een verademing. Na enkele dagen op de Highway toch weer geprobeerd. Schitterende gravelweg de bergen in, fietsen omhoog geduwd tegen een bergpas aan, toen het pad abrupt ophield en we na enig zoekwerk moesten concluderen dat we alleen maar terug konden. Fijn!.

Vanaf dat moment braaf de Highway gevolgd, die al lang niet meer zo druk was en langs een interessant historisch stadje en de waanzinnig mooie en brede Skeena River ging. Ander voordeel van langs de highway fietsen is, dat je veel leuke mensen ontmoet, zoals Blake, die met twee grote emmers aan zijn fiets (kosten maar $5 per stuk!) en een gitaar op zijn rug, van Utah naar Alaska fietst. Hij heeft Antje op haar verjaardag toegezongen.
Prince Rupert is een vissersplaatsje, dat er op het eerste gezicht vreselijk uitzag, maar als je in de avondzon op een steiger verse Fish&Chips zit te eten, met in de boomtoppen 10 Bald Eagles, dan ga je het leven aan de kust waarderen. Wel mazzel, want op 220 dagen per jaar valt er hier regen.

De 35 uur op de Ferry naar Haines waren een hoogtepunt: relaxte sfeer, een volle dag zon aan het dek, Porpoises, Bultruggen, rondom gletsjers en bergen. Haines vervolgens een erg symphatiek plaatsje, wat buiten de grote toeristenstromen lag en dat graag zo hield. Dat kan niet gezegd worden van Skagway, waar op sommige dagen 5 jumbo-cruiseschepen leeglopen. Snel wegwezen dus, de White Pass, van 1000m op. We hadden het goed getimed: koud, regen, mist, dus in de afdaling kwamen we weer fijn onderkoeld bij de Canadese Douane aan (het enige warme en droge plekje in de verre, verre omgeving). Enig begrip kwam pas toen het me niet lukte om met m' n bevroren vingers de paspoorten tevoorschijn te toveren, waar hij maar om bleef vragen (hoezo bord voor je kop!). Toen mochten we bij de gratie god's even binnen zitten. De volgende 7 dagen over de eenzame, maar bij tijden wonderschone, Klondike Highway naar Dawson waren gelukkig zonnig en warm. En, heel belangrijk, rugwind. Ook belangrijk: een aantal (niet alle) avonden zonder muggen. Zelfs aan dat mooie meer, waar een hele Beverfamilie voor de tent heen en weer zwom.
Tot zo dan maar, een snelle impressie van deze etappe. Veel van jullie zullen wel op vakantie zijn. Heel verstandig!

Take care
Jaap

Arnhem, 8 september, 2007
Vanuit Arnhem volgt het laatste deel van ons reisverslag en wel het stuk in Alaska.
 
Vanuit Dawson in Canada zijn we in 3 dagen over de Top of the World Highway naar Eagle in Alaska gefietst. Inderdaad: Top of the world, boven over bergruggen met 360 graden uitzicht, maar ook erg vermoeiend, want op en neer, op en neer, op en neer..... 

De douane-diender van de US-customs (in de middle of nowhere op 1200m) had een volledig gebrek aan humor (zoals de meeste van zijn collega’s) en vroeg in volle ernst: ‘Do you carry any weapons today?’. Je wilt dan iets grappigs zeggen, maar de ervaring leert dat je dat beter niet kunt doen. Dus netjes ‘No, Sir’ zeggen.


Eagle is een bijzondere plek: 120 mensen aan de Yukon die 7 maanden per jaar niet weg kunnen omdat de enige weg afgesloten is en de rivier bevroren. Eén keer per week een ‘mail-plane’. Een leuke gemeenschap met aardige mensen die vanuit allerlei plekken op de wereld verkozen hebben om hier te wonen (eigen jeugd trekt meestal snel weg), met schattig bibliotheekje en museumpje, café met heerlijke blueberry pie. En nog nooit zo veel autowrakken per inwoner gezien: bij elk huis minstens 4 generaties pick-up trucks in het struikgewas.
In Eagle hebben we de fietsen op een raft (grote rubberboot) gebonden en hebben 6 dagen de Mighty Yukon afgevaren.

‘Dobberdagen’, noemde ik het, waarop we veel gelezen hebben, want je dobbert gewoon met de stroom mee. Roeien is wel lekker om in beweging en warm te blijven, maar voegt niet veel snelheid toe. Echt door de wildernis, er waren dagen dat je geen boot of mens zag, maar helaas wat somber weer en op het laatst zelfs stortregen met harde wind, zodat we om 2 uur 's middags op een zandplaat drijfnat de tent in moesten. Gelukkig sindsdien zon en strakblauw, over mooie, rustige weg in 3 dagen naar Fairbanks gefietst, terwijl het jachtseizoen voor Caribou begint, een zeer belangrijk moment hier.

Fairbanks is de 2e stad van Alaska, voor de eerste keer groot geworden rond 1900 door goudvonsten, in 80-er jaren weer ‘geboomd’ door de oliepijpleiding die vanuit het noorden, via Fairbanks naar de (ijsvrije) haven Valdez in het zuiden loopt. Weinig kraak of smaak, maar na lange tijd weer een douche en scheerbeurt en een heerlijke Thaise maaltijd, vinden we al prima.
Om wat tijd te sparen en een saaie weg te vermijden, nemen we de trein naar Denali National Park, net als in Canada weer een belevenis: alleen maar toeristen en in elke wagon iemand die text&uitleg geeft. Zo leerden we dat elk jaar 500 moosen (elanden) het loodje leggen onder de trein, vooral in de winter wanneer ze tussen de bielzen gaan lopen als de sneeuw te diep is. Niet slim dus, die moosen.
In Denali, een wildernisgebied ter grootte van Nederland, regende het en kwam ik (naast 1 miljoen toeristen) mijn collega DirkJan met een SNP groep tegen. Er gaat één 150 km lange weg het park in richting de 6000+ meter hoge Mount McKinley. We hebben de bus naar het eind genomen en zijn terug gefietst. Schitterende natuur, maar slecht weer zodat we de beroemde North Face van  de McKinley (5500m steil oprijzend uit de toendra) gemist hebben. Wel veel wildlife zoals grizzlies gezien.

  We vervolgden onze weg naar het zuiden en merkten (half augustus) dat de arctische zomer over was en de herfst begon aan te breken. Het werd weer donker ’s nachts en kouder, de toendra begon te kleuren, overal paddestoelen en we aten ons suf aan de bosbessen. In Valdez (beroemd vanwege de grootste olieramp ooit: Exxon Valdez in 1989) bereiken we de kust. Eén groot visfestijn, alle Alaskanen + veel toeristen waren aan het vissen. De losers met een hengeltje van de pier, de meesten vanuit luxe boten. Enorme zalmen en halibut (heilbot) werden binnengesleept en op de kade schoongemaakt. Een drukte van belang. De commerciële vloot viste ook op volle kracht en in de lokale Seafood bedrijven werkten honderden jonge ‘gastabeiders’ van de hele wereld om alles in te blikken. En het moet gezegd: de echte wilde Pacific zalm uit Alaska is lekkerder dan de gekweekte, Atlantische bio-industrie zalm uit Noorwegen en Schotland, die je hier in Europa meestal krijgt.
 
Met de  veerboot naar Cordova, een vissersplaats alleen per boot bereikbaar. Hier bezochten we de enorme Childs Glacier, die langzaam door de Copper River wordt ondermijnd en waar onder daverend geraas stukken vanaf breken. Indrukwekkend, je kan er uren naar kijken. En het mooiste was: ondanks de aanbrekende herfst nog een paar schitterende dagen, echt een mooi slot van de reis.
20 km voor Anchorage had Antje nog een lekke band (de 4e in totaal op 5250 km, verder geen enkel probleem gehad met onze Villiger Cabonga’s met Rohloff 14 speed naaf), maar het mocht de pret niet drukken. Anchorage is de grootste stad van Alaska, maar ook weinig boeiend, we hebben de meeste tijd dan ook in de REI (een buitensportketen met erg mooie spullen en interessante prijzen) doorgebracht. De garderobe flink aangevuld, want je merkt dat de uitrusting in 3 maanden (wild) kamperen en fietsen aardig slijt (en zeer doordringend naar kampvuur stinkt). 
 
Toen restte slechts een lange vliegreis en nu zitten we weer gezond, bruin en afgetraind in Arnhem.
Een mooie reis, veel leuke ontmoetingen en erg veel ervaringen rijker.

 

Voor meer info over Rohloff klik hier