Ruud en Marianne

Van: "Ruud van de Plassche"
Datum: Wed, 15 Sep 2004 22:25:54 +0000
Aan: info@re-cycle.nl
Onderwerp: bericht van Ruud en Marianne

Beste Philip, Frank, Michiel en andere medewerkers van de voortreffelijke
Avaghon,

Hier een bericht van Ruud en Marianne uit Cusco, Peru. Onze Avaghons hebben
nu ruim 2000 kilometers gehobbeld over wasbordwegen, een pas van 4800 meter
beklommen, door beekjes gewaad en over modderige junglewegen geploegd, en ze
hebben zich weer zonder meer de four-wheel drives onder de fietsen betoond
(1 lekke band). Wijzelf hebben ondertussen een prachtige reis: we genieten
van de fantastisch weidse vergezichten, de flora, de interessante cultuur en
de gastvrijheid hier. In het kille hooggebergte zijn we al diverse malen
uitgenodigd om ergens binnen te slapen in plaats van in de tent, en op de
mate gevraagd. Maar kamperen op 4000 m is ook een hele belevenis, al moet je
wel om vijf uur al 2 truien, jack, muts en handschoenen aan. Maar als je dan
de volgende ochtend in het zonnetje opwarmt en in de verte besneeuwde
vulkanen ziet oprijzen, is de kou vergeten en genieten we met volle teugen.

Een vraagje aan jullie, want ondergetekende blijk helaas toch weer geen ware
technicus (zucht) en krijgt de sluitschakel van 1 ketting niet los om die
bij de 2000 km te wisselen. Hebben jullie een tip?

Veel groeten, ook van Marianne,

Ruud van de Plassche

Van: "Ruud van de Plassche"
Datum: Mon, 27 Sep 2004 21:39:17 +0000
Aan: info@re-cycle.nl
Onderwerp: bedankt en reisverslag Ecuador

Hola Philip y Frank y los otros amigos del cyclismo,

Frank, bedankt voor de aanwijzing over het loskrijgen van de sluitschakel.
Het is gelukt, zodat ik met de wisselketting op naar het 3000 km punt kan.
We zijn inmiddels bij het Titicacameer aanbeland, op de Boliviaanse
antiplano. Het is hier wel hoog, maar relatief vlak en de asfaltweg is goed,
zodat we op onze trouwe Avaghons weer eens lekker kilometers kunnen maken,
af en toe zelfs op het buitenblad, dat tot nu toe nog vrijwel schoon was.
Ik had voor familie en vrienden een wat algemener reisverslag van Ecuador
gemaakt. Marianne zei dat dat voor jullie wellicht ook leuk om te lezen was.
 

Hieronder volgt het:

 Hallo allemaal,

Nu de meesten van jullie langzaamaan terugkeren van jullie vakanties wordt
het misschien tijd voor een levensteken vanaf deze kant van de aardbol. Ik
hoop dat jullie een aangename tijd gehad hebben en lekker zijn uitgerust.
Ons is het in elk geval goed vergaan in de vier weken die we nu in Ecuador
hebben gefietst. Voor degenen van jullie die misschien volgend jaar in
Ecuador willen gaan fietsen (met de bus en binnenlandse vluchten kan
overigens ook, dat doen vreemd genoeg de meeste mensen), zal ik hierna onze
route beschrijven en tevens wat vertellen over dit mooie land. Wat ons
overigens allereerst goed bevalt, is het aangenaam kalme levenstempo, dat we
een beetje hebben overgenomen. Voor het eerst in mijn fietsvakanties heb ik
dan ook het gevoel dat ik niet per se een bepaald parcours per fiets MOET
afleggen. We blijven geregeld een dagje langer in een leuk hotel, maken eens
een georganiseerde excursie om het niet te vermoeiend te maken en nemen af
en toe de bus of liften als we het allemaal niet kunnen fietsen. Kortom, de
weldadige invloed van een minder frenetiek en gehaast land (het kan
natuurlijk ook gewoon zijn dat ik oud word).

Hoe dan ook, na een paar dagen acclimatiseren in de hoofdstad Quito zijn we
in twee korte fietsdagen naar het stadje Otavalo gefietst, min of meer de
wereldhoofdstad der panfluiten, poncho´s, geweven kledingstukken van
lamawol, indiaans houtsnijwerk, etc. etc. Als je eens iets in die richting
gekocht hebt is er een goede kans dat het uit Otavalo kwam. Het leuke is dat
de Otavaleños dat allemaal zelf organiseren, tot en met de export toe, en
een aantal indianen er ook zeer rijk van is geworden en Otavalo een
indiaanse burgemeester heeft, wat hier zeer weinig voorkomt. Wij hebben op
zondag de wekelijkse markt aanschouwt, met enorme hoeveelheden kraampjes
waar men al die ambachtelijke dingen verkoopt, deels aan de plaatselijke
bevolking deels aan westerse toeristen. Zelf vond ik de dierenmarkt leuker:
een enorme wirwar van mensen, koeien, schapen en //varkens, een hels kabaal,
waarin vooral de aanblik van indiaanse vrouwtjes die een of twee krijsende
biggetjes aan een touw met zich meesleuren, de toerist niet onberoerd laat.

Daarna besloten we om niet meteen het hooggebergte in te gaan, maar de
oostelijke route naar het zuiden te nemen, die aan de rand van het
Amazonegebied loopt. Daarvoor moesten we echter eerst de zogeheten
Papallacta-pas over, van 4064 m, die Mariannes eerste kennismaking met het
fietsen op hoog niveau zou vormen. Het viel niet mee, maar de tevredenheid
om het uiteindelijk toch gehaald te hebben was groot. Van de top zijn we
afgedaald naar een plaatsje op 3300 m, alwaar thermale baden zouden zijn. En
zo lagen we omstreeks zes uur ´s avonds, vermoeid maar voldaan, in een
dampende poel (het was buiten al knap koud aan het worden). De bergtoppen
verdwenen langzaam in het donker, een loom gevoel nam bezit van de benen,
een kolibri kwetterde en stak zijn snavel in de vreemdgevormde tropische
bloesems boven ons hoofd, ach... Daarna wel een wansmakelijke maaltijd en
doorliggen in het oude bed van ons wel zeer eenvoudige hotelletje, maar wat
doet dat ertoe.

De volgende twee dagen zijn we afgedaald tot het stadje Tena, dat op 500 m
ligt en eigenlijk omringd behoort te zijn door jungle, ware het niet dat een
deel daarvan is weggekapt. Het was een zeer bijzondere er//varing om op de
fiets de vegetatie in zo´n korte tijd te zien veranderen: van alpiene weiden
en rotsen veranderde het landschap in een groen kleed van woudreuzen met
daartussen lianen en baardmossen en bromelia´s. Talloze planten die je bij
ons in huiskamers ziet, zie je hier onder en op de bomen groeien,
bijvoorbeeld reusachtige slingerende vingerplanten.
In dat gebied zijn we twee dagen in een ´jungle-lodge´ verbleven (een soort
houten huisje op palen), 30 km verderop het oerwoud in, waarbij inbegrepen
maaltijden, wandeltocht door het oerwoud met gids, bezoek aan een
´authentiek´ indianendorp en boottocht over een zijrivier van de Amazone.
Dat was allemaal heel leuk, maar het moment dat me toch het meest is
bijgebleven is toen ik ´s avonds in het werkelijk stikdonker (het waren
ecolodges met zonnepanelen, maar elektriciteit ho maar) de tandenborstel in
mijn mond stak waarop ik tandpasta meende te hebben opgesmeerd, welke
handcrème bleek te zijn.

Op die wandeltocht door de jungle hebben we werkelijk prachtige flora
gezien, woudreuzen waar k als bomenliefhebber bijna de tranen van in mijn
ogen kreeg, maar bijna geen dieren. Dat schijnt heel moeilijk te zijn. Het
zoogdier dat je hier verreweg het meeste ziet is - het spijt me dat ik het
moet zeggen - de hond, dat wanproduct van de schepping. Als je hier over een
landelijke weg fietst, stormen er uit een op de drie woningen die je
passeert wild blaffend drie-vier honden op je af. Als je afstapt, een steen
opraapt en een gooibeweging maakt, vluchten ze meestal weg, de lafaards, om
zodra je wegfietst weer blaffend en naar je voetend happend achter je aan te
gaan, zodat je soms maar opnieuw afstapt. Heel vermoeiend allemaal, maar
toch fiets je maar liever niet door, omdat je niet de kans wilt lopen
gebeten te worden. Er is hier namelijk een kleine kans op hondsdolheid, en
als je door zo´n dolle hond gebeten wordt, krijg je na verloop van tijd
schuim rond je mond en ga je om je heen bijten, kortom je wordt zelf een
hond, en dat is natuurlijk het ergste wat een Ruud kan overkomen (gelukkig
ga je daarna snel dood).

Na ons veblijf in de jungle zijn we weer, in zuid-westelijke richting, het
laagland uitgefietst en dus de (middelhoge) Andes ingefietst. Na twee forse
fietsdagen en een dag uitrusten in het toeristische stadje Baños (westers
schone badkamers, westerse ontbijten met volkorenbrood en een Amerikaanse
eigenaar die zelf ook fietst en tips over de route geeft) hebben we de
avontuurlijkste dagtocht tot nu toe van onze reis ondernomen. Om de drukke
Panamericana en een omweg te vermijden kozen we er namelijk voor om via een
niet meer in gebruik zijnde weg verder zuidwaarts te fietsen. Deze weg was
niet meer in gebruik omdat er vijf jaar geleden een vulkaanuitbarsting was
geweest, met als gevolg een enorme modderstroom die alle bruggen over de
riviertjes had weggespoeld. Maar de Amerikaanse hoteleigenaar had deze weg
met een groepje mountainbikers deels al weer gefietst en hij vertelde dat er
houten bruggetjes over de rivierkloven waren geplaatst. Hij dacht dat het
wel te doen was - al was de weg volgens hem´not for the faint hearted´ - en
je kon in 1 dag het volgende stadje wel bereiken, meende hij. We besloten
het er op te wagen en gingen vroeg op pad, met voldoende eten mee om een dag
te kunnen kamperen. Na een kilometer of tien fiks klimmen over een half
kapotte asfaltweg vol modder kwamen de eerste houten bruggetjes over de
rivierkloven. Prima te doen, en auto´s waren er verder niet, dus wij vonden
het een uitstekende route. Na een volgende 10 km en nog enkele houten
bruggetjes moesten we over vijf naast elkaar liggende boomstammen over een
tamelijk diepe kloof. NIet echt gevaarlijk, want de stammen waren dik, maar
met mijn hoogtevrees toch wel met bibberende knieën eroverheen. Daarna kwam
er een kloof zonder brug: we moesten de fietsen, na ze eerst afgeladen te
hebben, over een smal en steil pad de kloof in en vervolgens weer uit
slepen. Marianne ging eerst, en op het moment dat zij aan de andere kant van
de kloof was en ik nog moed aan het verzamelen was, begon de vulkaan
vervaarlijk te rommelen. Daar had de hoteleigenaar het niet over gehad! Even
was ik bang dat er een nieuwe modderstroom (of erger) zou komen, waardoor ik
Marianne via de kloof niet meer zou kunnen bereiken en zo´n tweehonderd
kilometer zou moeten gaan omfietsen om weer bij haar te komen. Maar ach,
hoopte ik, die vulkanen rommelen hier vast wel vaker en er is nu toch niets
meer aan te doen, en dus begon ik mijn fiets ook maar naar beneden te
tillen. En op het moment dat ik beneden in de kloof sta en Marianne ook weer
naar onder is gekomen om de fietstassen te halen... verschijnen er aan de
overkant twee andere vakantiefietsers! De eerste andere fietsers die we in
Ecuador ontmoeten na 2,5 week fietsen. Over toeval gesproken. Even later
kunnen we elkaar wederzijds vurig verlangde informatie geven over wat
eenieder nog te wachten staat, en tot onze opluchting horen we dat wij
hierna geen echte kloven of enge bruggetjes meer zullen krijgen. We praten
nog wat met de (Spaanse) fietsers, verzekeren elkaar dat rommelende vulkanen
niet bijten en vervolgen dan elk ons weegs. Die middag bereiken we omstreeks
vier uur de volgende stad: Riobamba.

Daarna fietsen we in vier dagen naar de derde stad van Ecuador: Cuenca. Vier
zeer zware fietsdagen, werkelijk geen meter vlak op deze lange weg tussen de
2000 en 3000 m hoogte, en vaak zeer steil. Met name Marianne heeft het na
die dagen wel een beetje gehad met fietsen in de Andes, en we besluiten in
Cuenca een paar dagen goed uit te rusten.
Als we tegen de avond, na eerst een ijsje en dan een pilsje, door Cuenca met
zijn mooie pleinen en koloniale gebouwen slenteren, zien we bij een kerk dat
er over een uurtje een fiesta zal beginnen vanwege Maria Hemelvaart (het is
dan dus 15 augustus, ik ben de Spaanse naam van deze katholieke feestdag
vergeten). Dat willen we natuurlijk meemaken, en omstreeks acht uur sluiten
we ons aan bij de verwachtingsvolle menigte voor ´bailar y pyrotechnico´ -
dansen en vuurwerk - zoals de poster belooft. Er staan al een soort toren,
gemaakt van een houten staketsel en papier mache of zoiets, een tweetal
manshoge poppen en een dito koe klaar - de vacha loca (gekke koe), naar men
ons vertelt. Eerst krijgen we, onder snoeiharde volksmuziek, enkele tamelijk
sensuele dansen van tamelijk schaars geklede jonge mannen en vrouwen - ik
weet niet of de paus dit nu een gepast eerbetoon aan Maria zou vinden. Het
dansen is afgelopen en men maakt zich op voor de pyrotechnico. Iedereen
wijkt wat achteruit. Een jongen zet de koe van papier mache op zijn hoofd
(er zijn een soort kijkgaten) en ik zie dat er rondom de koe een soort lont
is bevestigd, waaraan vuurwerk hangt. Opnieuw snoeiharde muziek, de lont
wordt aangestoken, en de jongen loopt met dreigende horens op de menigte in,
die achteruit rent. En dan, bam, de eerste voetzoeker giert tussen de benen
van de menigte. En, iiieew, de gillende keukenmeiden vliegen je om de oren.
Iedereen kijkt gillend en lachend toe, en vlucht weg zodra de jongen-koe
eraan komt. Als de koe is uitgeknald, nemen er twee jongens plaats onder de
twee manshoge poppen en begint het spektakel opnieuw. En zo ben ik aan mijn
eerste souvenir van Ecuador gekomen: een zwarte vlek op mijn fleecetrui. Een
wonder eigenlijk dat er geen echte ongelukken zijn gebeurd, wellicht heeft
de Virgen over ons gewaakt.

Men is in Ecuador overigens behoorlijk religieus; er is ons zelfs al eens
gevraagd of we voor de kerk getrouwd zijn. Ik heb echter de indruk dat het
de katholiciteit van het Italiaanse type is: men bewijst God en Maria de eer
die hun toekomt, maar gaat ervan uit dat je die strenge en vooral ook zo
rancuneuze en bekrompen teksten in de bijbel niet zo letterlijk moet nemen,
en dat de Ouwe daarboven het allemaal niet zo kwaad bedoeld heeft en af en
toe wel een oogje dichtknijpt.
Helaas komen ook naar dit land zendelingen. In het hierboven al genoemde
Tena (bij de jungle en de arme Indianen, een makkelijke prooi) zagen we in
een restaurant een heel contingent Noord-Amerikaanse jongeren eten, allemaal
zeer slecht gekleed, zelfs ik kon dat zien, kun je nagaan, en bij navraag
bleek mijn vermoeden juist: het bleken jonge ´evangelisten´ die hier hun
bekrompen Amerikaanse //variant van het calvinisme komen opdringen aan
mensen
die daar helemaal niet om gevraagd hebben.

Maar dit terzijde. Aan ons valt in dit opzicht weinig op te dringen, en wij
hebben het er goed van genomen tijdens onze rustdagen in Cuenca. We nemen
het het overigens überhaupt goed van. Je kunt hier niet goed kamperen en
Ecuador is zo goedkoop dat we de wat betere hostels nemen (we zijn immers
ook geen twintig meer): we laten de was voor ons doen, eten elke avond uit
en afwassen heb ik ook al sinds het vertrek uit Nederland niet meer gedaan.
Verder is het vooral bij de ontbijten genieten: heerlijke sapjes van
allerlei exotische vruchten, scrambled eggs of omeletten, fruitsalades en
soms verrassend lekker brood. Alleen koffie zetten kunnen ze niet, in dit
land waar de koffiebonen groeien. De Ecuadoriaanse warme maaltijd - dit voor
de geïnteresseerden die hier wellicht ook eens willen gaan fietsen - is niet
geheel toegesneden op de Europese maag, maar in de grotere steden zijn
overal pizzeria´s en in de dorpjes smaakt rijst met taai vlees en weeë yuca
ook wel na een dag fietsen.

Welnu, hier eindigt mijn verslag van Ecuador zo´n beetje. We zitten
inmiddels in Peru, in Jaén, zo´n 150 km ten zuiden van Ecuador, nadat we de
vreselijke zware binnenlandse grensoversteek via Zumba hebben genomen. Deze
route is eigenlijk alleen aan te raden voor fietsers van het kaliber Boogerd
of zo, en na drie dagen ploeteren tot de grens hebben we de rest per bus
afgelegd, met de fietsen bovenop de bus. Hier in Jaén rusten we lekker uit,
we hebben kennisgemaakt met een 20-jarige Peruaanse
mountain-bike-professional in spe. Hij heeft ons al zijn trofeeën laten
zien, en ik heb hem als directeur van Intertekst b.v gesponsord met een
nieuw fietsonderdeel. Het gaat ons erg goed, zoals jullie lezen, humeur &
gezondheid zijn uitstekend en ongelukken zijn er niet gebeurd, en wij
bezinnen ons momenteel op wat de benen hier in deze Andeslanden aankunnen en welke onze verder route naar het zuiden zal zijn.
Veel groeten allemaal,

 Hallo allemaal,

Menigeen van jullie daar in Nederland wil misschien wel weten hoe dat nou
is, fietsen in de Andes. Nu Marianne wat ziekjes op het hotelbed ligt met
griepachtige verschijnselen - de kou hier eist zijn tol - heb ik tijd om
jullie daar eens uitgebreid over te informeren. Het is om te beginnen
natuurlijk zwaar, maar het is ook een grootse ervaring, met kleurrijke
landschappen, weidse vergezichten en boeiende dorpjes en mensen. Wel moet je
het alleen doen als je een beetje van afzien houdt. Voor schrijver dezes is
dat geen probleem: hij is behept met de merkwaardige eigenschap dat hij
niets liever doet dan hijgend en zwetend een berg op te fietsen, ja, dat hij
deze vorm van afzien leuk vindt ('but otherwise I'm completely normal' - wie
herkent dit citaat? Goede inzenders ontvangen een handgemaakt Boliviaans
polsbandje). Marianne heeft die eigenschap iets minder, dus soms moet zij op
karakter het laatste stuk van de col op, maar karakter heeft ze, zoals
jullie weten.
 

Een ander verschil met fietsen thuis is dat je hier een stuk langzamer gaat.
Over de zwaarste klim in onze doorsteek door de Noord-Peruviaanse Andes (de
doorsteek over 500 km van Arequipa naar Cuzco), een klim met 1200 m
hoogteverschil op 20 km over een onverharde weg, hebben we bijna 5 uur
gedaan. Soms doen we een hele dag over 60 km, en 15 km verder kan een
onoverkomelijke hindernis lijken. We moeten de dagetappes dus goed plannen,
te meer daar het hier in de tropen om 6 uur donker is. Dat maakt het
kamperen hier een soms wat moeizame en duistere aangelegenheid. Ik had me
veel van het wildkamperen in de Andes voorgesteld, en we hebben enkele keren
ook schitterende plekken gevonden, bij een beekje, met uitzicht op
besneeuwde toppen, in een landschap zonder mensenlijke kentekens en dito
geluiden. Volmaakte rust, maar lekker voor de tent zitten kan maar heel
kort: snel koken voor het donker wordt, en om 5 uur is het al zo koud dat je
2 truien, jack, muts en handschoenen aan moet. Eten, borden afspoelen en dan
de slaapzak in. Om de sterrenbeelden op het zuidelijk halfrond te gaan
bestuderen was het eenvoudigweg te koud. Dus ga je zo tussen 7 en 8 uur al
slapen, en om 5 uur op (rond half zes wordt het licht) want 's ochtends is
het bijna altijd zonnig. Thee zetten en tent inpakken met handschoenen aan
en dan snel op de fiets, want het vriest nog. Maar dan trap je je warm, en
als de zon in kracht toeneemt pel je laag voor laag je kleding af. En dan,
als je soepeler begint te trappen door het ongerepte landschap van de Andes,
waar de ochtendzon de heuvels in een gouden gloed zet en de wite pieken
daarboven schitteren, waar de stilte alleen wordt verbroken door de kreet
van een Andesmeeuw of een groepje weghobbelende lama's, waar je jezelf als
het ware verliest in de eeuwige schoonheid van de natuur maar anderzijds een
diepe verbondenheid met je geliefde voelt door dit samen fietsen over deze
weg die als een eindeloos lint naar de horizon kronkelt, dan, vrienden, is
de wereld mooi en het leven goed.
In de loop van de dag komen we meestal door een paar dorpjes met louter
inheemse bewoners. We trekken daar nogal de aandacht: kinderen rennen naar
de weg onder het schreeuwen van 'Mira, mira, un gringo' (kijk, kijk, een
bleekgezicht), mannen roepen ' Goodbye, mister' (hun Engels is niet zo
goed). Doen we in een dorpje boodschappen, dan trekken we helemaal veel
bekijks. Iedereen schreeuwt ons toe dat we bij hun iets moeten kopen, maar
de hoeveelheden die we als fietsers aanschaffen vinden ze veelal
teleurstellend klein, al heb ik wel het gevoel dat ze ons minstens het
dubbele in rekening brengen, maar ach, we zijn hier erg rijk. Overigens
worden we op de weg veelal zeer enthousiast begroet: mensen steken duimen
op, vrachtwagenchauffeurs knipperen met hun lichten, een enkele maal krijgen
we vruchten aangeboden. Eenmaal zijn we zelfs door een busje Duitse
toeristen gefeliciteerd ('Gratuliere', ' Sehr eindrucksvol').
Inmiddels zijn we in wat toeristischer streken beland, waar we gelukkig wat
minder opzien baren, want we worden dat toch vrij snel moe. We hebben de
afgelopen paar weken Cuzco met het daarbijgelegen Inca-tempelcomplex Machu
Picchu bezocht, waarna we over de altiplano (de uitgestrekte hoogvlakte in
Noord-Peru en Bolivia, vlak fietsen op 4000 m hoogte!) naar het Titicacameer
zijn gefietst - 2 van de grote toeristische trekpleisters in Zuid-Amerika.
Machu Picchu was onze eerste kennismaking met massatoerisme alhier. Het
tempelcomplex mag echter inderdaad wel het achtste wereldwonder heten - een
bijna ongeschonden religieuze Incastad uit de 15e eeuw, gelegen in een
wondermooie omgeving - en in de vroege ochtenduren voor de grote drukte
hebben we er erg van genoten en onze ogen uitgekeken. Het complex trekt
tegenwoordig ook nogal wat zweverds aan, die zich ietwat opvallend gedragen.
Ze zitten op de drukste plekken te mediteren, om opeens uit te barsten in
een luide oerkreet zodat honderden argeloze toeristen verschrikt opkijken.
En toen wij op een uitkijkpunt al het moois lieten bezinken, begonnen de 2
mediterende vrouwen achter ons opeens in luid Amerikaans hun visioenen aan
elkaar te reveleren. De een voelde onmiskenbare energielijnen, de ander
voelde duidelijk de aanwezigheid van haar condor-beschermgeest en meende nu
zeker te weten dat ze in haar vorige leven zelf een condor was geweest die
in Machu Picchu heilige taken verrichtte. Al met al een vermakelijk, maar
ook wat treurig tafereel. Het ironische is dat dit soort mensen denkt een te
zijn met de natuur en deel te hebben aan Inca-wijsheden, terwijl ze
feitelijk slechts naar hun eigen navel zitten te staren. Het vervelende is
dat ze hun ego op zo'n opdringerige wijze aan ons gewone toeristen etaleren.
Maar goed, ik had het over fietsen. Er wacht ons nog het laatste stuk naar
La Paz, onze eindbestemming. Daar willen we nog enkele kleine uitstapjes
maken, en dan loopt onze prachtige maar van het gestel vrij veel vergende
reis langzaam ten einde. Jammer, maar per slot van rekening horen we thuis
in de Lage Landen.
Dat was-ie, veel groeten allemaal,

Ruud